Tanja Ineke (1961) is sinds 2012 de bevlogen voorzitter van COC Nederland. Ze zet zich met hart en ziel in voor de roze gemeenschap. Tanja Ineke is vriendelijk en voorkomend, maar als het moet laat ze stevig van zich horen. Uitspraken van de paus over homoseksualiteit noemt ze ‘liefdeloos’. President Poetin wilde ze ‘een hete lentedag’ bezorgen vanwege de ‘schandalige anti-homowet’ in Rusland. Haar devies: ‘Blijf hand in hand lopen met je vriend en geef je vriendin in het openbaar een zoen als je daar zin in hebt.’

Tanja: “Ik ben een mensenmens: hard op resultaten, zacht op relaties. Ik ben strijdlustig, kan onverzettelijk zijn, maar gebruik ook de stille diplomatie om mijn doel te bereiken. Mijn kracht ligt in het verbinden en enthousiasmeren van mensen. Ik weet door mijn passie anderen mee te krijgen. Ik heb destijds bewust gekozen voor een baan in de publieke sector: bij het UWV. Ik heb bij een bank gewerkt, maar vond geen bevrediging in het maken van winst. Nu werk ik in de zorgsector, waarin het gaat om optimale kwaliteit van leven van mensen; heel betekenisvol. Ik ben niet gelovig opgevoed, maar heb wel interesse in religie en religieuze zaken.’

Gedreven

Tanja Ineke is al bijna drie jaar een gedreven voorzitter van het COC, naast haar functie als directeur van VBZ (Vereniging Bedrijfstak Zorg). ‘Ik wil heel graag iets betekenen voor mensen die het minder hebben dan ik. Dat is de rode draad in mijn leven. Als voorzitter van het COC kan ik me met hart en ziel inzetten voor de emancipatie van mensen die te maken krijgen met ongelijke behandeling en discriminatie: LHBT’s. Die term gebruik ik bij voorkeur. Dat staat voor lesbo ́s, homo ́s, biseksuelen en transgenders. Die gedrevenheid komt misschien wel voort uit het feit dat ik het geluk heb gehad om op te groeien in een warm en stabiel gezin. Maar dat geldt niet voor iedereen. Om die reden hebben mijn vrouw Marianne en ik bijvoorbeeld ook gekozen voor pleegkinderen die geen warm en veilig thuis hadden.’

Sociale acceptatie

Op de vraag of het COC na zeventig jaar nog niet is uit gestreden, antwoordt Tanja Ineke resoluut: ‘Absoluut niet. Het is natuurlijk prachtig dat wij ons leven hier in Nederland frank en vrij kunnen leiden, maar toch moet er nog veel gebeuren. In eerste instantie ging het gevecht om gelijkberechtiging en het stoppen van de strafbaarstelling. Dat is grotendeels gelukt en is succesvol afgesloten met het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Maar de sociale acceptatie van homoseksualiteit is een ander verhaal. Daar valt nog veel aan te verbeteren. Als je mensen op straat vraagt: Vind je het erg als twee mannen zoenen? Dancoc_nederland_logo_vector-svg vinden ze dat niet erg. Maar als ze het zien, dan vindt 35 procent van hen het ineens aanstootgevend. Dat komt vooral voort uit onbekendheid. Mensen vinden iets gewonernaarmate ze het meer zien. Daarom vind ik dat homo’s, bi’s, transgenders en lesbo’s zo zichtbaar mogelijk moeten zijn en is het COC hier nog keihard nodig.’

Ik laat me niet tegenhouden

Op de vraag of zij zelf op straat zoent met haar vrouw Marianne, antwoordt Tanja: ‘Ja. Walk your talk and practice what you preach, zou ik willen zeggen. Ik zal nooit uitgebreid zoenen op straat, maar ik geef Marianne wel een zoen als daarvoor een passend moment is. Ik zeg er wel altijd bij dat ik dat niet overal doe. Ik heb een soort radar voor veiligheid. Die speelt altijd mee. Je bent je altijd bewust van je omgeving, en ik zal het nooit doen om te provoceren. Maar ik zal me niet laten tegenhouden als ik hand in hand wil lopen of een zoen wil geven.’ Ook in het buitenland is volgens Ineke nog veel te doen. ‘Het COC ondersteunt in tal van landen de opbouw van een sterke en zelfbewuste LHBT beweging. Zij hebben het vaak moeilijk, strijden soms met gevaar voor eigen leven. Voor de activisten in Rusland bijvoorbeeld neem ik oprecht mijn petje af.’

‘AAN SOCIALE ACCEPTATIE VAN HOMOSEKSUALITEIT VALT OOK IN NEDERLAND NOG VEEL TE VERBETEREN’

Ik ben een activist

Dat voorvechters in de frontlinie van het ac- ceptatieproces cruciaal zijn in de COC aanpak, beaamt Tanja Ineke. Zelf ziet ze zich ook zo. ‘Als ik geen frontliner zou zijn, zou ik nooit voorzitter zijn geworden. Het activistische is een kenmerk van mij, ik ben dus een activist. Maar in mijn rol als voorzit- ter kies ik ervoor om te handelen vanuit mijn overtuiging dat je verschillende stijlen moet kunnen hanteren. Soms demonsteren, keihard protesteren, soms juist verbinden. Vanuit die behoefte kan ik ook een gematigder toon aanslaan. Dan ben ik de mens van de uitgestoken hand, ook als iemand heel ver van mij afstaat. Het is mijn overtuiging dat je alleen vanuit het gesprek, de dialoog en oprechte belangstelling voor de ander, tot elkaar kunt komen. Soms kan ik me ergens enorm over opwinden en dat uit ik dan wel. Als ik iemand hoor zeggen vanuit een christelijke achtergrond: ‘Wij gaan ontzettend liefdevol met homo’s om in onze school. We gaan om hem heen staan, en we zeggen we houden ook van jou.’ Mooie woorden maar de realiteit is: Je mag homo zijn maar je moet celibatair leven. Daar kan ik me dan enorm over opwinden, want dat vind ik niet liefdevol.’ En met haar hand op de tafel slaand heel fel: ‘Dat vind ik niet liefdevol! Ik kan dan geserreerd boos worden, ook vanuit mijn verbindende rol.’

Doeltreffend

Het geeft Tanja een gevoel van onmacht: ‘Juist omdat het zo moeilijk is om tot die mensen door te dringen. Ik las laatst een mooi interview met een lesbisch 17-jarig meisje dat theologie ging studeren. Haar antwoord op haar geloofsgenoten, die zeggen dat God zegt dat het niet mag en dat het in de Bijbel staat is zeer doeltreffend: ‘Ik heb de stem van God gehoord en die zei dat het goed was.’ Dat is even legitiem. Als frontliner kan zij veel betekenen, want mensen uit de eigen kring staan veel sterker omdat ze kunnen redeneren vanuit hun gemeenschap. Ze spreken dezelfde taal. Wij staan daar als COC pal achter. Kijk, ik geloof niet in God. Ik hoor hem niet. Er is vast iets meer tussen hemel en aarde, maar dat er een God is die zegt dat homoseks niet mag, daar geloof ik niet in. Dus als ik die uitspraak zou doen, zou dat zeer ongeloofwaardig zijn. Maar dat meisje heeft die ervaring echt gehad.’

Waslijst aan wensen

Juist vanuit haar rol als activist wil Tanja Ineke de mensen aan het COC binden. ‘We willen een beweging op gang brengen. Samen met LHBT’ers en hetero’s. Zo zijn we actief in Gay-Straight Alliances op scholen (een groep docenten en leerlingen op school die willen dat hun school veilig is voor iedereen) en zijn mensen als Michael van Praag, die homofo- bie in het voetbal aanpakt, ook goud waard. Door achter een ‘gezicht’ te gaan staan kun je veel meer bereiken. Het is als het ware een inside out aanpak. Verder heb ik nog een waslijst aan wensen. Ik wil meer aandacht voor de vaak moeilijke positie van transgenders. Daar worden momenteel heel mooie stappen in gezet. Ik wil meer acceptatie in bi-culturele kring, meer veiligheid, een verbod op LHBT-discriminatie in de Grondwet. Een betere juridische bescherming van het meervoudig ouderschap: een kind met meer dan twee volwassenen als ouders. Kortom, ik zie nog veel dingen om voor te vechten.’

‘Ik vind dat homo’s, bi’s, transgenders en lesbo’s zo zichtbaar mogelijk moeten zijn’

Warm bad

Tanja Ineke is pas tevreden als ze een bruisende vereniging kan achter-laten. ‘In onze speerpunten 2015-2018 heb ik opgenomen: het vergroten van de diversiteit en het aantal vrijwilligers van het COC. Ik wil dat we allemaal vanuit eenzelfde overtui- ging voor de goede zaak vechten. En dat de gelijkberechtiging is voltooid en de sociale acceptatie sterk verbetert. Hoe fijn is het om in het openbaar jezelf te kunnen zijn. Dat voelt voor mij als een warm bad. Ik droom van een wereld waarin iedereen geniet van de verschillen tussen mensen. Ik zou graag willen dat iedereen hand in hand over straat kan lopen en elkaar een zoen kan geven. Zonder dat mensen om kijken. Zo eenvoudig is het. Dat is niet realistisch, dat weet ik ook. Maar dat is wel de droom.’ Tanja Ineke blijft vechten, zonder gefrustreerd te raken. ‘Weet je, die moeilijke gesprekken zijn mijn energiebronnen. Dus ja, lef, vasthoudendheid en doorzettingsvermogen heb je hard nodig, maar vooral ook die verbindende capaciteiten. Ook moet je in staat zijn om af en toe een stapje terug of zijwaarts te kunnen zetten. Met alleen blind idealisme krijg je een agenda niet volbracht. Dus enig gevoel voor politieke verhoudingen is wel erg belangrijk.’

Tot slot: Conchita Wurst of Maarten ’t Hart?

‘Totaal verschillende mensen. Wurst heeft iets teweeg gebracht in een bepaalde doelgroep, en de commotie die dat teweeg brengt, vind ik ronduit geweldig. Ik ben heel erg voor diversiteit. Zelf ben ik best saai. Als het in me zat, zou ik me heel opvallend kunnen kleden. Maar voor een voorzitter is dat wel een statement en het zou alleen maar afleiden. Ik denk dat het soms moeilijker is om vanuit zo’n propositie een verbinding tot stand te brengen met bijvoorbeeld een Imam. Al zou het natuurlijk niet uit mogen maken.’