Schrijver en podiumdier Henk Westbroek werkte in een vorig leven als socioloog bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch onderzoek (Nisso).

De jaren zestig waren volgens de overlevering op seksueel gebied een tijd waarin jonge mensen onder aansporing van The Beatles massaal gingen doen waar ze plezier in hadden. Voorwaarde om aan probleemloos seksueel verkeer te kunnen doen was een voorbehoedsmiddel. De pil werd maar zelden verstrekt aan ongehuwde vrouwen, dus als jongeman moest je naar de drogist om condooms te kopen.

Toen ik voor de eerste keer fluisterend mijn bestelling deed, vroeg onze drogist zo luid mogelijk of ik een pak van twaalf wilde kopen of een kleiner doosje. Om dit soort acties te ontmoedigen, vroeg hij vervolgens welke maat condoom ik nodig had. ‘De gewone’, antwoordde ik, ‘dat denk ik tenminste, want ze zijn voor mijn grote broer!’ Ik mocht mijn bestelling onder demonstratief zwijgen afrekenen, maar besloot om mijn condooms in het vervolg bij een andere middenstander te kopen. Helaas bleek bij navraag dat alle andere drogisten dezelfde humor hanteerden als het vrijgezelle jonge klanten betrof. Ik vermoed dat heel wat ongewenste zwangerschappen het directe gevolg waren van pure schaamte om een pakje Durex te kopen.

‘Ik vermoed dat heel wat ongewenste zwangerschappen het gevolg waren van pure schaamte om een pakje Durex te kopen’

Ik vertelde dit onlangs aan mijn dochter, die me bekende dat ze ooit ook de schaamte niet voorbij kon komen. Toen ze bijna veertien werd, besloten mijn vrouw en ik dat ze aan de hand van mama mee moest naar de huisarts. Mijn vrouw vertelde de huisarts dat wanneer onze dochter langs zou komen met de wens om te pil te gaan slikken, de huisarts die zonder ons daarover te informeren voor mocht schrijven. Dat leken pa en ma heel redelijk. Wat we over het hoofd gezien hadden, was dat onze dochter zich op dit gebied vrij snel ongemakkelijk voelde als er vreemden in het spel waren. Zoals de huisarts.

Mijn dochter vertelde dat ze in de wachtkamer van de arts al begon te zweten. En dat ze, nadat ma de spreekkamer verlaten had om onze dochter privacy te gunnen, nauwelijks uit haar woorden kon komen toen de huisarts vroeg of ze nu al seksueel actief was. Bij het ontkennende antwoord schijnt de huisarts gevraagd te hebben of ze van plan was om zich te gaan beperken tot één partner of dat haar voorkeur uitging naar wisselende. Volgens mijn dochter was ze toen niet meer tot hardop praten in staat en stak ze met een vuurrode kop één vinger op. Mijn dochter is een stuk ruimdenker opgevoed dan ik ben. Maar omdat ze op het gebied van voorbehoedsmiddelen net zo verlegen was als ik dertig jaar eerder, sluit ik de mogelijkheid van erfelijkheid niet uit. Ik hoop dat ik me vergis.