Onlangs vroeg iemand mij wat voor gekke dingen ik mee maak tijdens een behandeling. En het antwoord was absoluut niet bevredigend voor hem, want eigenlijk maak ik geen hele gekke dingen mee. Sommige hulpvragen zijn bijzonder en elk verhaal maakt mij nieuwsgierig, maar echt gekke dingen gebeuren er niet. Hij maakte zich voorstellingen van mannen met verkeerde intenties naar mij toe, maar ik kwam gelukkig tot het besef dat dit vrijwel niet gebeurd. En ik denk dat het niet zonder reden niet gebeurt.

Al vanaf mijn eerste dag van mijn stage op de afdeling seksuologie werd ik gewaarschuwd voor de mogelijke grensoverschrijdende opmerkingen of zelfs handelingen die ik tegen zou komen binnen de seksuologie. Ik was jong, eigenwijs, brutaal, niet totaal afschrikwekkend om te zien en ik wilde mezelf bewijzen aan collega’s, maar ook aan mijn cliënten. En vooral door dit laatste moest ik mijn grenzen nauwkeurig bewaken. Vanaf mijn eerste dag ben ik mij bewust van mijn rol binnen een therapeutische setting en van de mogelijke gekkigheden van de cliënt.

Een therapeutische relatie is een hele onnatuurlijke relatie. Het is namelijk een relatie die ongelijkwaardig is, waarbij de cliënt zich volledig kwetsbaar opstelt, zich laat spiegelen, zich laat confronteren, en waarbij de cliënt zich open stelt voor dingen die ik hem of haar aanreik. Ik weet alles van hen wat ik moet weten. Soms tot in het meest verdrietige of ongemakkelijke persoonlijke detail. En ze vertrouwen er blind op dat ik hier geen misbruik van zal maken.

Maar wat weten ze eigenlijk van mij? Hun therapeut waar ze zoveel intieme dingen mee delen. Vrij weinig. Soms deel ik iets persoonlijks van mezelf, maar enkel als het van toegevoegde waarde is voor hun proces. Het gaat namelijk niet om mij, maar om degene die voor mij zit. Toch blijft het een onnatuurlijk iets. Kan jij je voorstellen dat een vriendin of collega alles over jou weet, maar jij niets over hen? Dat zou je toch op zijn minst nieuwsgierig maken, of misschien wel achterdochtig. Terwijl dit binnen een therapeutische setting als de norm wordt verondersteld.

Juist doordat zij zo weinig van mij weten, voorkom ik dat er grensoverschrijdend gedrag is. Juist doordat ik geen aandacht op mijzelf vestig, kan ik een professionele relatie aangaan.

Want hoe meer jij jezelf blootgeeft als therapeut zijnde, des te meer je mensen toelaat om een verbinding met je aan te gaan. Een andere verbinding dan strikt de noodzakelijke therapeutische relatie.

In het aangaan van verbinding, geef je cliënten de ruimte om een gelijkwaardigere relatie aan te gaan, eentje waar opmerkingen of handelingen normaal lijken, terwijl ze in de professionele therapeutische relatie grensoverschrijdend zijn. Het wordt voor cliënten dan ook onduidelijk hoe ver ze mogen gaan.

Natuurlijk is het zo dat je binnen het vakgebied seksuologie af en toe met ongemakkelijke situaties te maken krijgt. Maar, als jij je als therapeut professioneel blijft opstellen, zou jij het moeten signaleren en bespreekbaar moeten maken. Je hebt de taak om het therapeutische proces te bewaken en de cliënt te duiden op zijn of haar gedrag. En heel af en toe zit er dan iemand bij die het niet begrijpt, maar dat duidt dan vaak ook op achterliggende persoonlijkheidsproblemen of misschien wel hechtingsproblemen. Maar meestal begrijpen cliënten het wel en kan het vervolgens weer een hele mooie toegevoegde waarde zijn voor de therapie.

Dus nee, gelukkig gebeuren er zelden hele gekke of grensoverschrijdende dingen. Maar ongetwijfeld zal het zo zijn dat er nog wel iets zal gaan gebeuren, want ik ben nog steeds jong, eigenwijs, brutaal, niet totaal afschrikwekkend om te zien en ik wil mezelf nog steeds bewijzen aan collega’s en mijn cliënten.