Opnieuw zie ik mijzelf een vagina met aan weerskanten de wat ‘rommelige’ schaamlippen tekenen. Met behulp van het plaatje leg ik een jonge vrouw uit hoe een vagina eruitziet en wat waar zit. Haar ouders komen uit het buitenland, maar zij is hier geboren en spreekt vloeiend Nederlands. Het lukt haar maar niet om seks met haar vriend te hebben. Ze heeft vaginisme en is daarvoor bij mij in behandeling gekomen. Maar daarnaast heeft ze ook het idee dat vagina’s vies zijn en heeft ze zichzelf nog nooit van onderen met een spiegeltje bekeken, laat staan dat ze zichzelf daar aangeraakt heeft. ‘Je zou eens wat vagina’s moeten zien’, hoor ik mezelf zeggen. ‘Maar kijk maar niet op internet, ik ga thuis op zoek naar een boek met wat plaatjes.’

 

‘Als je wordt doodgegooid met strakgetrokken poezen, denk je dat er met jou iets mis is.’

Huis-tuin-en-keukenvagina’s

Tot een paar jaar terug was er het Poezenboek, een initiatief van twee jonge Hollandse vrouwen die op internet tientallen foto’s hadden gebundeld van vagina’s. Normale huis-tuin-en-keukenvagina’s. Vrouwen poseerden zodat andere vrouwen eens een normale vagina konden zien. Want zeg nou zelf, waar zien we tegenwoordig nog een ‘normale vagina’? Overal waar je kijkt, zie je de geretoucheerde, gereduceerde gevallen. En ieder zo zijn ding, die vagina’s mogen er ook zijn. Maar wanneer je nooit een normale vagina ziet en doodgegooid wordt met strakgetrokken poezen, ga je nog denken dat er met jou iets mis is. Vooral jonge meiden lijken hiervan last te hebben. Volgens mij komt dit omdat ze via hun mobiele telefoons, tablets, enzovoort veelvuldig blootgesteld worden aan pornobeelden. Omdat de porno-industrie een tamelijk onnatuurlijk beeld van de werkelijkheid geeft, beginnen velen aan zichzelf te twijfelen. De vraag naar schaamlipreducties is waarschijnlijk hierdoor de laatste jaren sterk toegenomen. En laten we deze moderne vorm van vrouwenbesnijdenis vanaf vandaag nooit meer ‘schaamlipcorrectie’ noemen, aangezien er aan een normale vagina niets gecorrigeerd hoeft te worden.

‘Laten wij vrouwen onszelf vooral bekijken en betasten, zonder schaamte.’

Waren er maar meer goede initiatieven

Een tijdje geleden verwees een gynaecoloog een jonge vrouw naar mijn praktijk. In de verwijsbrief was te lezen dat er sprake was van ‘een normale variatie in de menselijke anatomie‘. Oftewel, ze kwam niet in aanmerking voor een operatie aan haar schaamlippen, maar voor een traject bij een seksuoloog. Ze is echter nooit verschenen. Ze wou waarschijnlijk niet iets veranderen aan haar zelfbeeld, maar aan haar vagina. Misschien heeft ze gespaard en is ze naar een plastisch chirurg gegaan. Zonde van die vagina! Waren er maar meer goede initiatieven zoals het Poezenboek. Dan had ze geweten hoe vagina’s eruit zien en was ze misschien minder beïnvloed door de porno-industrie. Gelukkig is er voor jongeren het boek Make love, dat gaat over ‘liefde en seks in tijden van pornografie’. En wat te denken van The bodies of mothers van Jade Beall, waarin vrouwen die moeder geworden zijn, hun lichaam hebben laten fotograferen. Mocht het Poezenboek ooit nieuw leven worden ingeblazen, dan bied ik mezelf meteen aan om als vrijwilliger op de foto te worden gezet. Dit soort initiatieven moet worden gesteund. En laten wij vrouwen onszelf vooral bekijken en betasten, zonder schaamte. Zodat ik over een aantal jaren nooit meer een vagina hoef te tekenen om uit te leggen wat waar zit.

Drs. Jolien Spoelstra is gezondheidszorgpsycholoog en seksuoloog NVVS en werkt in haar praktijk Move for Motion.