Lieve Peter,

Ik heb me nooit zoveel afgevraagd over mijn eigen seksualiteit, noch over die van anderen. Best vreemd misschien. Vroeger niet, maar ook niet toen ik op eigen benen kwam te staan en mijn seksuele beleving wakker werd.

Over relaties, ja, daarover heb ik me totaal en compleet het hoofd gebroken, maar over seksualiteit, nee. Ik heb me, ondanks een totaal gebrek aan lichamelijkheid bij ons thuis, altijd heel goed en vertrouwd gevoeld in mijn eigen lichaam.

Ik had een lichaam dat zeer voldoende was. Maar verder nam niemand er ook maar enige notie van. Mijn ouders waren ont-lichaamd: mijn vader zat gevangen in een niet te uiten drift, mijn moeder was puur cerebraal of zelfs esoterisch, ontdaan van elke vorm van excretie.

‘Ik ben vrijwel in stilte opgevoed en groot geworden. Ik ben nauwelijks aangeraakt, laat staan geknuffeld.’

Ik ben vrijwel in stilte opgevoed en groot geworden. Ik ben nauwelijks aangeraakt, laat staan geknuffeld. Er werd niet hardop gelachen, er werd niet met geluid of ‘smakelijk’ gegeten en er werd niet gejuicht toen PSV van St. Etienne won in de Europa Cup. Sport was uit den boze, zweten een schande, kreunen een hel. Het leven voltrok zich dan ook noodgedwongen vooral in mij, in plaats van met elkaar. Gevoelens, ervaringen, al het niet-rationele was privé, vóór alles lichtelijk beschamend. Bovendien: op ‘private property’ had je je nu eenmaal niet te begeven. Je moet je, je mag je, niet met elkaar bemoeien. Wij, ons gezin, wij waren allemaal kleine planeten die in hun eigen baan om elkaar heen cirkelden. Er was geen werkelijk contact.

Je begrijpt, vanuit die onbestaande gevoelservaringen, was seksualiteit dan ook zeer afkeurenswaardig – te vleselijk. Vleselijke lusten geniet je niet. Seksualiteit was een taboe, een onbesproken, haast dierlijk gedrag omdat de mens, helaas, zijn eigen schepping nooit zal ontstijgen. Dat nachtelijk gedoe kun je beter diep wegstoppen in de hoop dat het de rand van de beschaving nooit zal bereiken. Nou ja, seksualiteit was in één opzicht onvermijdelijk. Het diende de voortplanting om kinderen te krijgen, dat was vanzelfsprekend en de kroon op een relatie zonder wortels. Functionele seks. Maar nooit, nooit zomaar om de ‘zomaar’. Fun for the fun was een no go, pure verkwisting. En verkwisten is zonde.

Mijn vader heeft geleden onder het gebrek aan lichamelijkheid. Mijn moeder heeft zijn seksueel getinte aard gehaat. De spanning was voelbaar en soms ook ineens opgelost (ja, dan toch), de rust voor even weergekeerd.

‘Mijn vader heeft geleden onder het gebrek aan lichamelijkheid. Mijn moeder heeft zijn seksueel getinte aard gehaat.’

Ik ben het huis ontvlucht, haast letterlijk, net 18 jaar. Ik nam niets mee, behalve, mijn ‘zin’. Zin om te ervaren, te voelen, ertoe te doen. Eruit te breken, te beleven, mateloos te zijn, dat ook. Dat bracht chaos met zich mee. Het totaal niet kunnen scheiden van ‘de ander‘ versus ‘ik’ heeft ook wel wat ellende veroorzaakt. Ik kon de overstelpende gevoelservaringen soms nauwelijks ordenen. Ik wist natuurlijk ook echt he-le-maal niets van het leven en de liefde, toen ik uit mijn koude nest viel.

In mijn zoektocht naar contact, naar diepe verbondenheid, was seksualiteit ook toen niet primair mijn wens of streven. Ik heb nooit ‘gescoord’, heb nooit veel wisselende contacten gehad. Ik zocht liefde om elkaar werkelijk nabij te kunnen zijn.

Maar mijn seksualiteit is door de jaren heen toch bij mij gaan horen, op een vanzelfsprekende manier. Ze past me. Ontstaan vanuit een van mijn hobby’s, namelijk ‘raamstaren’. Voor raamstaren heb je alleen tijd, een zeker ritme en een raam nodig. Je kent het wel. Enigszins misselijk achterin de VW 1600 van mijn vader rijden we door de tunnels in Rotterdam op weg naar familie in Den Haag. De tl-lichten flitsen langs. Tegenwoordig, in de trein op weg naar mijn werk, kijk ik gewoon naar buiten, zonder doel, beetje lui. Beelden van koe, huis en tuin flitsen aan me voorbij. Mijn ogen hechten nergens, maar in het voorbijgaan zie ik van alles.

‘In dat dwalende, verstrooiende gevoel waarin niets moet en alles voorbij mag komen, ervaar ik alle ruimte om me lichamelijk aan iemand toe te vertrouwen.’

Ik denk dat dit raamstaren het luie plezier is van waaruit ik mijn seksualiteit vorm heb kunnen geven. In dat dwalende, verstrooiende gevoel waarin niets moet en alles voorbij mag komen, ervaar ik alle ruimte om me lichamelijk aan iemand toe te vertrouwen. Ik houd daar zo ontzettend van, van niks, van hand in hand, van eindeloos lopen, vrijwel voortdurend begeleid door lichte aanraking. Twee handen in een jaszak, het dansje ‘s nachts waarbij je samen de perfecte vorm maakt en wentelt van de ene zij op de andere, elke keer weer overvallen door het eindeloze gevoel van nabijheid, warmte en ‘lekker’.

Vanuit die intimiteit, vanuit ‘niet-moeten’, komt vanzelf de wens omhoog om na het thuiskomen en rusten je gevoel uit te strekken en er meer scherpte, meer kleur, meer beweging in te brengen. Voor mij geen toeters en bellen, geen apparaten, extra specials, geen exhibitionisme, geen voyeurisme, maar schreeuwend vrij-uit-thuis.

En wat denk je, vind ik het dan belangrijk, mijn seksualiteit?

Ja en nee. Ik denk er nooit over. Het is er gewoon, en voegt zich naar ons. Omdat we zo sterk fysiek verlangen, werkt het ook als katalysator. In de stress van twee overvolle levens in een overvolle, eisende wereld is onze intimiteit en seksualiteit het meest snelle bindmiddel in dat bestaan. Spanning valt weg, vertrouwen en overgave vlammen meteen op en het contact maakt ons samen en zacht.

Het klinkt als een gelukkig verhaal.

‘In de stress van twee overvolle levens in een overvolle, eisende wereld is onze intimiteit en seksualiteit het meest snelle bindmiddel in dat bestaan.’

Berooid uit een onaanraakbaar gezin ontsnapt, is mijn lichaam – met alle fysieke sensaties die ik aan mijn lichaam kan ontlenen – het transportmiddel gebleken voor een rijk en steeds meer stabiel leven. In mijn relaties is het lichamelijk contact eerder leidend dan de intellectuele connectie. Nu ik bij mijn huidige liefste zo enorm kan thuiskomen op allerlei fronten, prijs ik mezelf gelukkig en denk ik stiekem dat ik de bron van eeuwige jeugd heb gevonden.

Ik voel me thuis in een eenvoudige, natuurlijke vorm van seksualiteit waarin contact en intimiteit leidend zijn. Dat zij een meisje is – vrouw – is ook prachtig, want met haar lange haren en mooie gezicht blijft ze me verlokken. En ik, ik raamstaar in volle verwachting van het eindeloze gevoel dat me meeneemt.

Elselien, 54 jaar

Benieuwd naar andere persoonlijke verhalen? Onder Stories kan je de komende maanden de brieven lezen van anderen, afkomstig uit het boekje ‘Dit gaat niet over SEKS’ van Daan Borrel en Peter Leusink. 

Nieuwsgierig geworden naar het boekje? Kijk snel waar je het voor slechts 7 euro kan bestellen.

Reacties