Wat handen al niet kunnen doen

413
Wat handen al niet kunnen doen
Wat handen al niet kunnen doen

Een keer per week, op maandag, kreeg hij vijf euro in zijn kleine handje gedrukt. Hij mocht het uitgeven aan alles wat hij maar wilde. Hij was toen tien jaar oud en hij werd er dolblij van.

Tijdens zijn dagelijkse wandeling naar school liep hij onder luifels door die hem beschermden tegen de brandende zon of de regen. Hij kon niet wachten tot het weer maandag was, want dan kon hij aan het einde van zijn wandeling binnenstappen bij de buurtwinkel.

Daar wachtte hem een uitgebreide selectie van vierkante, metalen blikjes, vol met gebroken koekjes. Keurig in rijen opgesteld op notenhouten planken. Hij kon nog geen vreemde talen lezen, maar dan wees hij naar de foto op het tinnen blikje van zijn keuze.

‘Mag ik een zakje gebroken koekjes voor een euro?’

De maandag deed hem trillen en beven. En hij wist niet goed waarom, maar het had te maken met Sophie, de dame achter de toonbank. Het ging hem niet om de gebroken koekjes die hij uitzocht, hij wilde Sophie graag zien. Haar rode lippen als ze lachte en haar goudblonde vlecht die over haar schouders heen en weer zwaaide. Daar verlangde hij naar.

‘Het was het begin van een warm en wild verlangen’

Als hij zijn keus had gemaakt, begon zij voorzichtig de stukjes koek bij elkaar te zoeken. Eén voor één stopte ze de gebroken koekjes in een bruine zak en keer op keer werd hij overweldigd door haar schoonheid. Zijn knieën knikten bij iedere beweging. Het was het begin van een warm en wild verlangen, en zijn lid tussen zijn jonge, dunne benen begon met geweld te steigeren.

Hij verlangde er met hart en ziel naar om het gebroken koekje tussen de lange, slanke vingers van Sophie te zijn. Hij wist niet waarom, maar zijn knieën bleven knikken, en hij vroeg zich bezorgd af waarom zijn piemel toch zo hard werd? Hij droomde ervan dat die handen, die zijn koekjes zo zorgvuldig sorteerden, hem ook zouden aanraken.

Naarmate hij ouder werd en hij terecht kwam in de puberteit, kon hij zichzelf niet aanraken zonder daarbij te denken aan de slanke handen van Sophie. Hij deed dan zijn ogen dicht, en fantaseerde dat haar gouden haren zachtjes over zijn gezicht streken. Als hij dan dacht aan haar lippen op zijn huid, dan nam zijn handwerk in extase toe en veroverde die handeling zijn hele wezen. O, Sophie!

‘O, that I were a glove upon thy hand. That I might touch that cheek!’

William Shakespeare

Nakko is een Griekse professor in de hogere kunsten; Nakko is een pseudoniem. Hij adviseert de crème de la crème in de modewereld. Vrouwen, kunst en seksualiteit zijn voor hem onlosmakelijk met elkaar verbonden.