Op een dag kom je erachter: je bent homo. Of lesbisch. Uit de kast komen is altijd spannend, maar bij jou ligt het nog ingewikkelder. Want: je bent ook gelovig en maakt deel uit van een christelijke kerkgemeenschap. Hoe oordeelt God over homoseksuelen? Wat zal de gemeenschap ervan vinden? Je familie? Je vrienden? Moet je je anders gedragen? Heb je een keuze? Allemaal vragen die kunnen opduiken en waarop de antwoorden niet altijd even voor de hand liggen.   

Professor Ruard Ganzevoort, hoogleraar praktische theologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar de spanningen tussen homoseksualiteit en religie. Hij publiceerde hierover onder andere het boek Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat hij samen met twee van zijn voormalige studenten schreef.  De kerk blijkt vaak in een spagaat te zitten tussen een samenleving waarin niet-discrimineren en tolerantie de norm zijn en een traditie waarin homoseksualiteit wordt afgewezen. Geaardheid is nog altijd een beladen thema waarvan iedere kerkgemeenschap iets lijkt te moeten vinden. Daarom onderzocht Ganzevoort welke problemen homoseksuele jongeren uit een evangelisch of orthodoxchristelijk milieu ondervinden, en hoe zij met hun gevoelens en geloof omgaan. De reacties vanuit de kerk blijken te variëren van sterk afwijzend tot accepterend. In het ergste geval krijgen jongeren te horen dat ze een ziekte hebben, dat ze er niet aan toe moeten geven en moeten proberen ‘ervan te genezen’.  Een variant hierop is dat homoseksualiteit ontstaan is ten gevolge van de algemene zonde van de mens en hoe dan ook bestreden dient te worden. In andere gevallen wordt de homoseksualiteit als een gebrokenheid of een handicap gezien waarmee geleefd kan leren worden. Tenslotte zijn er gelukkig ook jongeren die een positief geluid te horen kregen: de boodschap dat mensen zichzelf moeten kunnen zijn en dat je vanuit je eigen gevoel moet kunnen leven – de boodschap van authenticiteit.

‘Gelukkig zijn er mensen die hun christelijke identiteit met hun homoseksuele identiteit kunnen verenigen, al is dat geregeld het resultaat van een jarenlange strijd.’

In het artikel ‘Homo’s vinden langzaam maar zeker hun plek in een verdeelde kerk’ dat in De Correspondent verscheen, stelt journaliste Hsin-Chi Berenst dat zowel de katholieke als de protestantse kerk langzaam bewegen naar meer acceptatie. Zelfs de meer conservatieve groepen stellen zich geleidelijk aan soepeler op: mag je immers van iemand verwachten dat hij of zij zijn of haar hele leven alleen blijft?  In de boodschappen die de kerk over homoseksualiteit uitdraagt spelen vaak zowel de seculiere als de religieuze cultuur en identiteit mee. Jonge homoseksuele christenen blijken vaak tussen die twee identiteiten balanceren. Ganzevoort ontdekte dat ze verschillende strategieën gebruiken om met die twee werelden om te gaan. Sommige kiezen hoofdzakelijk voor ofwel de christelijke ofwel de homoseksuele identiteit en levensstijl. Als dat betekent dat ze hun homoseksuele identiteit moeten loslaten, zijn ze bereid dat te doen. Anderen switchen tussen identiteiten, zonder echt te kiezen. Tenslotte is er een groep waarbij de identiteiten geïntegreerd zijn en niet meer tegenstrijdig.  In het artikel van Berenst vertellen een aantal homoseksuelen en lesbiennes over hun ervaringen in een gelovige omgeving. De strategieën die Ganzevoort onderscheidt komen inderdaad terug: sommigen kiezen ervoor om de kerk te verlaten omdat ze zich niet geaccepteerd voelen door de kerkgemeenschap, anderen kiezen ervoor om hun geaardheid los te laten omdat zij zich niet door God geaccepteerd voelen. Gelukkig komen er ook mensen aan bod die hun christelijke identiteit met hun homoseksuele identiteit kunnen verenigen, al is dat geregeld het resultaat van een jarenlange strijd.

Esmeralda groeide op in een kerkgemeenschap van de Gereformeerde Bond, een behouden stroming binnen de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Ook bij haar ging de integratie van haar christelijke en homoseksuele identiteit niet geheel zonder slag of stoot. ‘Veel leden van die kerkgemeenschap stonden afwijzend tegenover het praktiseren van de homoseksuele levensstijl. Toen ik uit de kast kwam werd ik echt afgewezen door aan aantal van hen: ik werd niet meer gegroet en ook wilden sommigen mij de toegang tot het avondmaal ontzeggen.’ Gelukkig ontving Esmeralda wel veel steun van familie en vrienden, wat heel belangrijk voor haar was. Haar vrouw Marleen groeide op in een gereformeerde kerk. Ook in de omgeving van Marleen werd haar geaardheid niet door iedereen geaccepteerd, maar gelukkig wel door haar ouders en een aantal vrienden. Samen vonden Esmeralda en Marleen steun bij een nieuwe kerk. ‘In 1999 is onze relatie ingezegend in de Salvatori kerk, die inmiddels is opgegaan in de PKN gemeente ‘De Lichtkring’. Tot deze kerkgemeente behoren we nu nog steeds. Hier voelen we ons veel meer geaccepteerd en omarmd. Ook de reacties op onze pleegkinderen waren hartverwarmend. Toch wordt je soms met je neus op de feiten gedrukt: hetero zijn is nog steeds de norm. Afgelopen jaar deden we mee aan een cursus voor getrouwde stellen, maar die cursus was echt toegespitst op heteroseksuele relaties. Ondanks goede bedoelingen voelt dat toch afwijzend.’  Vooral jonge homoseksuelen kunnen binnen een kerkgemeenschap alle steun gebruiken die er is. Esmeralda en Marleen proberen dan ook actief andere mensen te helpen die worstelen met problemen rond hun geaardheid.

Hoewel ook in meer ruimdenkende protestantse kerkgemeenschappen dus nog stappen te zetten zijn, is er dus een duidelijk verschil in benadering van homoseksualiteit tussen de ene en de andere kerk binnen de PKN. Ook per christelijke school of instantie wisselt de houding en het beleid ten opzichte van andere geaardheden. Esmeralda vertelt: ‘Toen ik uit de kast kwam zat ik op een reformatorische PABO, waar homoseksualiteit niet werd geaccepteerd. Daarom hield ik mijn geaardheid op school verborgen.’ Esmeralda switchte dus een tijdje tussen haar verschillende identiteiten, maar zag na haar schooltijd kans om ze te verenigen. Ze was bang dat het lastig zou zijn om als lesbienne een baan in het christelijke onderwijs te vinden, maar dat bleek juist weer erg mee te vallen: ‘Inmiddels werk ik als teamleider op een christelijke school. Zowel ouders als leerlingen weten dat ik met een vrouw getrouwd ben, maar het is geen probleem.’

‘Omdat er nooit de noodzaak was geweest om erover te praten, hield ik mijn mond maar.’

Niet voor iedereen blijkt het een puzzel om vrede te sluiten tussen de homoseksuele en de christelijke wereld. Dat blijkt uit het verhaal van Perry (54), die vertelt hoe hij opgroeide binnen de gereformeerde kerk. Hij legt uit dat iedere gereformeerde kerk weer net anders denkt over homoseksualiteit, dat afhangt van de kerkraad en de dominee. Perry maakte in zijn jeugd deel uit van een vrij strenge kerkgemeente in Alphen aan den Rijn. Inmiddels gaat hij naar een gereformeerde kerk in Nijeveen in Drenthe, die wat vrijer is. ‘Dat deze kerk ruimdenkender is komt denk ik deels door het verstrijken de tijd. Veertig jaar geleden lag de nadruk toch meer op hel en verdoemenis, dingen waar je je als kind weinig bij kon voorstellen. Wat de betreft is de kerk wel een gezelligere plek geworden!’ Homoseksualiteit kwam nooit aan de orde in zijn oude kerk. ‘Het was kenmerkend voor onze gemeenschap dat er over allerlei zaken niet werd gesproken: als je er niet over sprak bestond het niet. Er werd dan ook nooit over homoseksualiteit gesproken.  Ik ben pas op 22-jarige leeftijd uit de kast gekomen, maar eigenlijk wist ik het mijn hele leven al. Omdat er nooit de noodzaak was geweest om erover te praten, hield ik mijn mond maar.’ Rond de tijd dat Perry op zichzelf ging wonen kreeg hij een relatie en besloot hij het aan zijn moeder te vertellen. Omdat er nooit over was gesproken was het wel spannend, maar gelukkig viel de reactie van zijn moeder en daarna de rest van zijn omgeving mee en werd zijn homoseksualiteit door de meeste mensen geaccepteerd. ’Natuurlijk zijn er weleens mensen geweest die er anders tegenaan keken, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ze me daarom anders behandelden.’ In zijn huidige kerk in Nijeveen is het nog minder een issue: homoseksualiteit en het inzegenen van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht is geen enkel probleem, zonder twijfel. Perry weet wel dat homoseksualiteit in de hervormde kerk van Nijeveen weer lastiger ligt, wat hem verbaast. ‘In Alphen was de gereformeerde kerk juist strenger, de hervormden waren daar de lolbroeken! Maar hier zijn de hervormden er toch nog niet uit in hoeverre ze homoseksualiteit willen omarmen.’  Zo blijkt wederom hoe verschillend iedere wijkgemeente is.

Perry denkt dat het homohuwelijk in de meeste kerken inmiddels wel redelijk geaccepteerd is, dat is ook de officiële stelling van de PKN. Het is anders bij de Nederlands Gereformeerden, hij denkt dat het daar nog te vroeg is. In die gemeenschap wordt de boodschap gegeven: je mag het wel zijn, maar niet praktiseren. Een onhoudbare situatie. Zo gaat iedere kerk er anders mee om. Maar waar ben je als homo nou het meest welkom? Volgens de online serie Homo zoekt kerk kun je met een andere geaardheid altijd terecht bij de remonstrantse kerk. Ook protestantse kerken zijn over het algemeen gastvrij, maar zoals uit de verhalen blijkt wisselt dat per wijkgemeente. De katholieke kerk heeft nog geen eenduidig oordeel: de kerk accepteert homoseksualiteit voor een groot deel, maar over of het huwelijk en de sacramenten er ook voor homoseksuelen zijn is nog geen consensus.

Wil je zeker van je zaak zijn? In Amsterdam is er een kerk speciaal gericht op homoseksuelen: de Evangelische Roze Vieringen!