Lieke (21): ‘Ik kwam erachter dat ik vaginisme had toen ik zeventien was. Ik merkte bijvoorbeeld dat ik moeite had met tampons inbrengen. Seks met mijn toenmalige vriend lukte niet. Hoe vochtig ik ook was en hoe graag ik het ook wilde, gemeenschap deed te veel pijn. Het lukte niet. Ik kon me niet ontspannen.
Ik ben een van de weinigen van mijn vriendinnen die seksuele voorlichting heeft gehad. Daardoor kon ik er met mijn moeder goed over praten. Ik wist ook al snel dat het vaginisme was omdat mijn tante het ook had. Mijn vriend en ik bleven proberen om gemeenschap te hebben, maar het verbeterde niet. Integendeel, omdat faalangst een rol ging spelen, werd het juist moeilijker! Hoe begripvol mijn vriend ook was, het had onmiskenbaar invloed op onze relatie. Ik werd onzeker omdat ik niet begreep waarom iets wat iedere vrouw kan, mij niet lukte.

Twee jaar later, op mijn negentiende, besloot ik hulp te zoeken en ging ik in therapie bij een seksuoloog. Elke drie weken had ik een consult. Mijn verwachting was dat het vanaf dat moment alleen maar beter zou worden, maar niets was minder waar. Er brak een moeilijke tijd aan. Ik moest leren mijn vaginisme te accepteren in plaats van ertegen te vechten, stelde de therapeut. Maar daardoor werd ik juist nóg meer geconfronteerd met het probleem. Totdat ik mijn relatie verbrak. Mijn vaginisme was niet de reden van de breuk, maar de druk die ik onbewust voelde verdween. Er was geen ‘deadline’ meer. Dat luchtte op!

Na een tijdje vond ik de opdrachten een leuke uitdaging en zag ik de lol er wel van in’

Het duurde een jaar voordat ik mijn vaginisme kon accepteren en het probleem mentaal overwonnen had. Ik leerde erover te praten met vriendinnen en zette me niet meer schrap als er grapjes over seks werden gemaakt. Vanaf dat moment kon ik werken aan het afleren van lichamelijke reflexen die ik had aangeleerd. De negatieve associaties die ik had bij seks, moest ik omzetten naar iets positiefs. Dat is heel persoonlijk: er bestaat niet één concrete methode voor. Ik ging op zoek naar iets wat me aansprak en wat niet voelde als ‘huiswerk’. Verplichte lichamelijke oefeningen kunnen in het begin geforceerd aanvoelen, maar na een tijdje vond ik het een leuke uitdaging. Ik zag de lol er wel van in om er op mijn eigen manier mee bezig te zijn. Omdat het steeds beter ging, begon de angst langzaam te verdwijnen.

Ondertussen heb ik mijn therapie, die anderhalf jaar duurde, afgesloten en oefen ik zelf verder. Soms verandert er voor mijn gevoel maandenlang niks, waarna het ineens met sprongen vooruit gaat. Ik heb leren luisteren naar mijn lichaam en mijn gevoel, en oefen in mijn eigen tempo, samen met mijn huidige vriend. Mijn vaginisme is zo goed als over en daar ben ik heel erg trots op.’