Seksualiteit wordt over het algemeen geassocieerd met jeugd en een goede gezondheid. Dit houdt in dat mentaal en fysiek zieke mensen doorgaans niet worden gezien als seksuele wezens. Maar dat zij niet in staat zijn om circusachtige capriolen te verrichten in bed, betekent niet dat zij geen behoefte hebben aan seksualiteit of intimiteit. Er zijn verschillende onderzoeken die aangeven dat het beleven van seksualiteit en intimiteit bijdraagt aan een verhoogde levensstandaard (Verschuren, Enzlin, Dijkstra & Dekker, 2010). Intieme aanrakingen zijn voor iedereen – jong, oud, ziek, of gezond – even belangrijk en kan als basale levensbehoefte worden omschreven (Wereldgezondheidsorganisatie, 2018). Wat betekent dit voor chronisch zieken en mensen met een lichamelijke beperking of een psychiatrische stoornis die niet de kans krijgen om seksualiteit op een prettige manier te beleven?

‘Intieme aanrakingen zijn voor iedereen – jong, oud, ziek, of gezond – even belangrijk.’

Sociale professionals in de zorg, zoals verpleegkundigen, behandelaren, maatschappelijk werkers en psychologen, behandelen en verzorgen cliënten aan de hand van verschillende leefgebieden. Desondanks is het leefgebied seksualiteit vaak geen onderdeel van de behandeling, omdat professionals hier niet over durven te praten of omdat ze niet weten hoe (Mahieu, van Elssen, Gastmans, 2011). Door een cliënt niet te erkennen als een mens met seksuele verlangens en behoeften, kan negatief seksueel gedrag ontstaan, zoals seksuele ontremming. Seksuele ontremming is seksueel grensoverschrijdend gedrag of seksueel ongepast gedrag, zoals jezelf ontkleden in de kantine van een kliniek, masturberen terwijl de verpleegkundige je verzorgt, of ongepaste, seksueel getinte opmerkingen maken naar de mensen in je omgeving. Veel sociale professionals herkennen deze gedragingen als seksuele ontremming, maar weten vaak niet hoe ze ermee om moeten gaan. Seksuele ontremming kan dan worden bestreden met medicatie. Dit is vaak het gevolg van een protocol dat gericht is op beheersbaarheid van het seksuele gedrag. Omdat er geen uiting kan worden geven aan seksuele verlangens of behoeftes, ervaren mensen geen seksuele vrijheid (Roelofs, Luijkx & Embregts, 2015). Dit kan leiden tot gevoelens van somberheid of zelfs eenzaamheid. Sommige mensen kunnen zelfs boos of agressief worden omdat ze fysiek contact missen. Daar komt dan ook nog bij dat mensen met een beperking, chronische ziekte of psychiatrische stoornis vaak niet goed kunnen uitleggen waarom zij bepaald (negatief) gedrag vertonen en derhalve ook niet onder woorden kunnen brengen wat ze wel nodig hebben. Elk mens heeft echter een diep verlangen naar intimiteit en aanraking. Met een mooi woord heet dit ook wel ‘huidhonger’: de behoefte aan aanraken en aangeraakt te worden (Woertman, 2015).

‘huidhonger’: de behoefte aan aanraken en aangeraakt te worden’

In Nederland bestaan er verschillende organisaties waarbij mensen werken die omschreven kunnen worden als ‘erotisch dienstverlener’ of ‘seksueel verzorgende’. Deze mensen helpen het taboe op seksualiteit voor mensen in kwetsbare groepen, zoals psychiatrisch patiënten of gehandicapten, te doorbreken. Een seksueel verzorgende kan tegen betaling worden ingehuurd door een familielid of sociale professional, of door de persoon zelf voor wie de sekszorg bedoeld is. Het doel van sekszorg is het bevorderen van seksueel gewenst gedrag door uiting te geven aan de seksuele behoeften en de ‘huidhonger’ te stillen. Het resultaat hiervan is een verhoogde levensstandaard of ook wel verbeterde kwaliteit van leven, en een verbeterd gevoel van welzijn voor de persoon zelf. Dit betekent dat gevoelens van somberheid en eenzaamheid kunnen afnemen. Doordat je mensen de mogelijkheid geeft om uiting te geven aan hun seksuele behoeftes neemt ook seksueel ontremd gedrag af, wat op een positieve manier doorwerkt naar de mensen in de directe omgeving. Sekszorg lijkt daarmee overduidelijk positieve effecten te hebben; zowel voor de persoon zelf als voor zijn directe omgeving. Toch durven veel seksverzorgenden of erotische dienstverleners niet voor hun beroep uit te komen. Seksverzorgende Tika Stardust vertelt in een interview dat zij regelmatig ‘stiekem’ en via ‘achterdeurtjes’ wordt binnengelaten in een zorginstelling (De Volkskrant, 2015). Daarnaast omschrijft ze hoe zowel sociale professionals als ook familieleden of de cliënt zelf het moeilijk vinden om de wensen en behoeftes rondom seksualiteit bespreekbaar te maken.

‘Erken en accepteer de ander als volwaardig mens: een met intieme, seksuele wensen en verlangens.’

Hoe komt het dat seksualiteit anno 2018 nog steeds een beladen of zelfs een taboeonderwerp is? Volgens de socioloog Gert Hekma beschouwen wij seksualiteit vanuit vier overtuigingen, onder andere dat seksualiteit een privéaangelegenheid is een uiting van liefde (Hekma, 1994:8). Wanneer je als persoon uitgaat van deze punten, kan het ingewikkeld aanvoelen om een vertrouwelijk onderwerp zoals seksualiteit aan te kaarten, of te begrijpen hoe iemand zijn seksualiteit kan uiten bij een onbekende erotisch dienstverlener. Dit betekent echter niet dat seksueel gedrag geen privéaangelegenheid kan blijven of dat seksualiteit en liefde gescheiden moeten zijn. Strelen, voelen en knuffelen kan net zo fijn voelen met iemand die je aardig, leuk of mooi vindt. Respect hebben voor iemand anders’ privacy kan ook als iemand in een instelling woont of regelmatig verzorging nodig heeft.

Uiteindelijk gaat het erom dat iedereen de vrijheid voelt en de mogelijkheid heeft om de eigen seksualiteit te beleven, op de manier waarop hij, zij of hen dat wil. Door het onderwerp seksualiteit en intimiteit niet te vermijden, maar juist bespreekbaar te maken, erken en accepteer je de ander juist als volwaardig mens: een met intieme, seksuele wensen en verlangens. 


 

Referenties:

– Dijkema, E. (2015). Diagnostiek: seksueel ontremd gedrag bij mensen met dementie. Tijdschrift voor Ouderengeneeskunde (5).

– Hekma, G. (1994). De klemmen van de lust: De ontwikkeling van het plezier sinds de seksuele revolutie. Etnofoor (2). pp. 5-23.

– Interview Tika Stardust. ‘Ik ben seksueel verzorgende, is dat zo gek?’ De Volkskrant, 2015.

– Mahieu, L., K. van Elssen & C. Gastmans. (2011). Nurses’ perceptions of sexuality in institutionalized elderly: A literature review. International journal of nursing studies, 48(9). pp. 1140-1154.

– Roelofs, T. S., K. G. Luijkx & P. J. Embregts. (2015). Intimacy and sexuality of nursing home residents with dementia: a systematic review. International psychogeriatrics, 27(3), pp. 367-384.

– Verschuren, J. E. A., P. Enzlin, P. U. Dijkstra, J. H. B. Geertzen & R. Dekker. (2010). Chronic Disease and Sexuality: A Generic Conceptual Framework. Journal of Sex Research, 47(2-3). pp. 153-170. DOI: 10.1080/00224491003658227.

– Woertman, L. (2015). Seks in het selfie tijdperk. Over beeldcultuur, uiterlijk en seksuele identiteit. Tijdschrift voor Seksuologie, 39(3). pp. 103-107.

World Health Organization (WHO), 2018.