Rosa is 32 jaar en sinds 2 jaar samen met haar man in gesprek bij een relatietherapeut. Ondanks dat het beter gaat, hebben ze het zwaar en vooral Rosa. Ze kan tijdens de sessies namelijk niet volledig open zijn.

‘Van de zomer werd ik 32 jaar. Het was een gekke dag: mijn man had besloten mij mijn affaire te vergeven en wilde voor ons vechten. Ik was blij, maar ergens voelde ik ook een donkere deken over me heen trekken. Mijn man was mijn eerste vriendje, mijn eerste liefde. Alleen kan er een boel veranderen in 17 jaar.

Het is nu mei 2017 en ook al lijkt het alsof mijn man mijn affaire kan vergeten: ik kan het niet. Ik krijg die andere man niet uit mijn hoofd en ik voel me er ontzettend schuldig over. Ik geniet van de herinneringen aan de spanning, aan de opwinding, de spontaniteit, het geheim… Elke dag neemt het schuldgevoel naar mijn man toe. We hebben het over de toekomst, over kinderen, over een nieuw huis, over oud worden samen, terwijl ik me vasthoud aan die herinneringen. Ze weerhouden me ervan me volledig te geven aan mijn man. Deze weerzinwekkende gedachte werd geprikkeld door een vraag die onze relatietherapeut mij stelde toen we een individueel gesprek hadden.

‘Ik geniet van de herinneringen aan de spanning, aan de opwinding, de spontaniteit, het geheim…’

Kennelijk had ze gemerkt dat ik de behoefte had om haar alleen te spreken, omdat ik in het bijzijn van mijn man niet alles durfde te zeggen. Zij vroeg me of ik mezelf oud zag worden met mijn man. Echt oud en gelukkig, als in samen hand en hand boodschappen doen als we 80 zijn. Ik schoot vol daar in die kamer waar al zoveel woorden waren gesproken door ons beide. Van alle antwoorden kon ik er geen een geven. Want als ik het zou uitspreken zou het misschien wel de werkelijkheid worden en dan zou ik me nog schuldiger voelen.  Ik ben nog steeds in bezit van een andere man, maar ik durf het niet te zeggen. Hoezo zou ik het recht hebben om zijn hart weer te breken? De vorige keer dat ik het brak was er niets meer van zijn hart over en op een of andere manier heeft hij het voor elkaar gekregen om alle stukjes bij elkaar te rapen en het mij te vergeven.

Mijn man vecht ondertussen door voor onze relatie, maar loopt er tegen aan dat we stagneren op seksueel gebied. Ik gebruik zijn frustratie en irritatie om afstand van hem te nemen, terwijl ik de reden van de stagnatie ben: ik wil geen seks met hem. Ik wil geen kinderen met hem. Ik wil niet met hem oud worden. Ik wil die onbereikbare man die ooit mijn minnaar was.’