Er zijn twee dingen leidend in mijn persoonlijke verzorging. Eén: ik ben lui, en twee: ik vind dat ik als vrouw alles zou moeten mogen, doen en laten, wat mannen mogen en doen en laten. En wat dat laatste betreft, speelt daar ook een flinke dosis jaloezie mee.

Irene Hemelaar schrijft, praat, organiseert en zingt. Ze was directeur LHBT-emancipatie bij de stichting Amsterdam Gay Pride en Nederlandse Vrouwenvertegenwoordiger bij de VN 2015  Foto door Marjolein van Veen.

Omdat het sociaal ongewenst is, zijn er dingen die ik niet doe, maar die ik vanwege het gelijkheidsprincipe wel zou willen. Zo zal ik nooit op een mooie zomerdag, zoals ik in de straat mijn buurmannen wel zie doen, met ontbloot bovenlijf in mijn voortuin plaatsnemen. Ik zal ook niet met blote borsten een terrasje pakken. Maar waarom vinden we dit van mannen wel gewoon? Waarom dragen vrouwen op het strand of aan het zwembad een bovenstukje?

Ik stoor me eraan dat mannen ongegeneerd hun borstkas in de strijd mogen gooien.  Een mannentepel brengt geen ‘nipplegate’ teweeg, maar vrouwentepels veroorzaken kennelijk zoveel opwinding bij mannen dat ze verstopt dienen te worden.  Want waarom mogen mannentepels wel op Facebook, maar zijn die van vrouwen uit den boze?

‘Bij een man telt de boodschap, bij een vrouw het uiterlijk’

Als vrouw ben ik trots op mijn ‘zilv’ren draden tussen het goud’. Maar tot ik mijn huidige kapper vond, was er geen enkele die mijn haar niét wilde verven.  Kijk, als een man grijs wordt, is dat een bron van aantrekkingskracht, want: wijs en gedistingeerd. Een vrouw moet er jonger uitzien dan ze is om mee te blijven doen.

Ook mét kleding hebben mannen het een stuk eenvoudiger. Als een man iedere dag hetzelfde pak aantrekt, zoals een Amerikaanse nieuwslezer een jaar lang deed, valt dat letterlijk niemand op. Draagt een nieuwslezeres twee keer per jaar dezelfde outfit, zijn de rapen gaar. Bij een man telt de boodschap, bij een vrouw het uiterlijk.

Maar hoewel ik me er innerlijk tegen verzet, gaat dit circus van  verwachtingen niet volledig aan mij voorbij. Ook ik ga mee in de vaart der volkeren. Ik trek mijn wildgroei aan ‘heksenharen’ uit mijn kin en laat het weglaseren als het onbegonnen werk wordt. En als ik niet wil dat mijn fris gewassen, gedeodoreerde krullen de aandacht wegtrekken van de boodschap die ik wil uitdragen, scheer ik zelfs mijn oksels.

En ondertussen blijf ik stik jaloers. En fantaseer ik over drukbevolkte terrassen in de binnenstad waar mannen en vrouwen met blote borsten en trotse okselbossen een drankje nuttigen, zonder dat iemand daar enige aanstoot aan neemt.