art-column-nakko
Nakko is een Griekse professor in de hogere kunsten. Hij adviseert de crème de la crème in de modewereld. Vrouwen, kunst en seksualiteit zijn voor hem onlosmakelijk met elkaar verbonden.

‘De kapster, Cosme, zorgde voor haar geurende haren, en met kleine zilveren tangen, warm van de liefkozingen van de vlam, maakte ze verrukkelijke intelligente krullen die zo zacht als adem over haar voorhoofd en wenkbrauwen vielen, clusterend als ranken om haar nek.’ Uit ‘Venus en Tannhauser’, 1897, door Aubrey Beardsley.

Kapsels en hoofdornamenten waren de voorlopers van het dragen van kleding, en geen enkel onderdeel van het kostuum is zo belangrijk als de haardracht.  De haardracht is weer minstens zo belangrijk als cosmetica, het benadrukken van gelaatstrekken en decoratie met juwelen. Hoofdbanden en de wijze waarop het haar werd geschikt zorgde er in de prehistorie al voor  dat een ieders rang en positie werd bepaald. Zowel mannen als vrouwen maakten indruk met hun haardracht op ondergeschikten en daagden de vijand ermee uit. En ze creëerden er seksuele aantrekkingskracht mee.

Door de eeuwen heen heeft haardracht een dynamisch en significant effect gehad op sociaal gedrag. De keuze voor een hoofdband verraadt niet alleen de sociale status van een persoon, maar ook het temperament, smaak en zelfs de emoties van de drager. De Egyptenaren creëerden kapsels van hun donkere, golvende bruine haar. Er werd ook nep haar gebruikt, wat leidde tot het modeverschijnsel pruiken.

GEPARFUMEERDE wax zorgde voor een stroom aan waanzinnige seksuele activiteiten.

In de zeer verfijnde periode na 1150 voor Christus waren pruiken briljant van kleur: rood, groen of blauw. Ze werden gedragen door de adel, officieren van status en door mensen met geld. Beide seksen vervingen hun eigen haar met geventileerde pruiken. Het eigen haar werd heel kort geknipt, uitgedund of volledig afgeschoren. De haardracht van Mesopotamië was ontzettend modern en met de uitzondering van de baret en de zeemanspet, komen we deze stijl nog steeds tegen in de hedendaagse hoedenmode.

Het Griekse kapsel was ontzettend gevarieerd en onderhevig aan verandering. Niet alleen de vrouwen, maar ook de mannen droegen een krans van verse bloemen op hun hoofd. Bij banketten, bruiloften en festivals plaatsten de bedienden van het huis kransen met bloemen van klimop en mirte op het hoofd en de schouders van de gasten.

Om een overwinning te vieren, werden winnaars van de Pythische spelen in de Griekse Oudheid gekroond door laurierkransen. Later op de avond werd iedere winnaar overgoten met geparfumeerde wax, dat langzaam vanaf de schouders over het lichaam droop. Dit zorgde voor een stroom aan waanzinnige seksuele activiteiten, tot ver na zonsopgang. Iedereen deed mee, van musici tot dansers en acrobaten. Zo werd de orgie geïntroduceerd, door niets anders dan de kracht van haardracht. En dus rest mij niets anders dan te concluderen dat er niets nieuws onder de zon is, behalve de dingen die we simpelweg zijn vergeten.’